Markt, Stadhuis, Mooswief, Minckelers, Sint Servaas- en Wilhelminabrug Maastricht, tekenverslag

Ik heb jarenlang in de Grote Gracht gewoond, zo’n 60 stappen verwijderd van de Markt (Merret) en het stadshuis. Die straat is vernoemd naar de gracht die begin middeleeuwen langs de stadsmuur stroomde. Direct aan die muur grensde de huidige ‘Markt van Maastricht’, destijds niet meer dan een piepklein pleintje.

Tekening: de markt op de Markt te Maastricht. Juni 2020, toen we nog dachten dat we het ergste achter de rug hadden. Ik vind het altijd heerlijk om mensen te tekenen. Bij elk figuurtje vraag ik me af wie die persoon is, waar hij/zij op dat moment aan dacht of voelde. En waar hun pad naar toe leidt?

Plattegrond die laat zien hoe de oude muur precies liep

De eerste muur dwars over de Markt, met de gevangenis ‘Hochterpoort’ en de Lakenhal. Het stadhuis was er toen nog niet.

Markt in handelstad Maastricht

In de vroege middeleeuwen stond de handel op een laag pitje omdat de mensen liever op het platteland woonden en werkten, om in hun levensonderhoud te voorzien. Dankzij de agrarische uitvinding van hoefijzer en juk konden paarden makkelijker worden ingezet om de boer te helpen met ploegen. Nu de oogst steeds meer opbracht, besloten verschillende boeren en vrijgelaten horigen om te gaan reizen om goederen te kopen en verkopen. Zo begon in de late middeleeuwen de handel weer te bloeien.

Eerst leefden deze nieuwbakken kooplieden nog in de dorpen waar zij geboren waren. Maar algauw zochten ze een veilige plek waar ze van elkaars gezelschap konden genieten. De aanwezigheid van wegen en waterwegen was belangrijk. Het was niet verbazingwekkend dat hun oog op Maastricht viel.

Deze nederzettingen trokken vervolgens ambachtslieden aan. Mensen die goederen maakten die de kooplieden elders konden verkopen. De stad groeide snel en de markt kreeg langzaam haar huidige vorm toen eind 13e eeuw een lakenhal werd gebouwd aan de binnenkant van de oude stadsmuur. In deze hal werden de -wollen- lakens verhandeld van de Maastrichtse lakenwevers.

De markt in gelukkige tijden (2018) Carnaval Maastricht met op de achtergrond het stadhuis

Dat moet wat zijn geweest destijds? Elke stad probeerde in een of andere specialiteit of variëteit uit te blinken en de concurrentie met de Vlaamse lakencentra was groot. De lakenfabricage en -handel was van grote betekenis voor de middeleeuwse economie met als belangrijkste exportproduct het Maastrichtse laken in diverse maten, kleuren en kwaliteiten. Zoals de ‘Corenblommen’, ‘Blanckerssen’, ‘Gruonen’ en de ‘Roden’ dat verhandeld werd tot ver in Zuid-Zweden en Duitsland.
Ik heb nog gegoogled naar tekeningen of illustraties van deze stoffen, maar kon helaas niets vinden.

Begin 14e eeuw werd een tweede omheining gebouwd, waardoor het plein centraler in de stad kwam te liggen en de oude vervallende stadsmuur liep nu zo’n 300 jaar lang, dwars over het plein. Aan beide kanten van die oude muur kwam de handel stevig tot bloei. De middeleeuwers kochten hun levensmiddelen op de Zaterdagmarkt, ten zuiden van de muur. Daar konden ze ook terecht als ze op zoek waren naar een touwslager, schoenmaker, bontwerker, klompenmaker of kuiper (maker van houten kuipen en vaten).

En was je op zoek naar een houthandelaar?  Dan bracht je een bezoekje áchter die oude stadsmuur om ‘de Houtmarkt‘ te bezoeken.

Markt Maastricht 2019, voorzijde stadshuis tijdens de markt

De markt wordt vierkant dankzij het stadhuis (1659)

Al lange tijd wilde de raad van Maastricht een stadhuis bouwen. Maar door de Spaanse Furie (Tachtigjarige Oorlog) kwam het er niet van. Toen de rust was wedergekeerd, sleepte architect Pieter Post de opdracht in de wacht. Zijn oog viel op het midden van de markt en hij besloot dat dit de beste plek voor het stadhuis was.

Om dat te realiseren moest het lakenhuis én die oude vervallen muur gesloopt worden. Hierdoor ontstond een groot, min of meer vierkant plein: de Markt. Vijf jaar later was het stadhuis zo goed als voltooid.

Dit nieuwe raadshuis was ongetwijfeld een enorme aanwinst voor de stad, toch werd het er niet gezelliger op want nog geen dertig jaar later werd aan de zuidzijde van de stadhuistrap een schandpaal geplaatst, waar mannen die iets misdaan hadden aan de kaak werden gesteld.
Voor vrouwelijke overtreders was de wet niet veel vriendelijker. Voor hen was er, aan de andere kant van het stadshuis een “Draeyhuysken”, ofwel een draaibare houten kooi. Niet echt een aangenaam onderkomen, lijkt mij.

Op de Markt werden in het openbaar executies van ter dood veroordeelden uitgevoerd. Pas op 31 oktober 1860 vond de laatste terechtstelling  –van Nederland!–  plaats op de Markt in Maastricht. Johannes Nathan uit Sittard ‘geniet’ de twijfelachtige eer om als laatste Nederlander in vredestijd geëxecuteerd te worden. Hij wordt opgehangen op het schavot omdat hij was veroordeeld vanwege de moord op zijn schoonmoeder.

Tekening: gemaakt in 2019. 

 

 

De stadhuistoren carillon

De stadhuistoren met zijn carillon met 49 klokken, dat regelmatig bespeeld wordt.

Russisch tweelingbroertje

Toen het Stadhuis in 1664 werd geopend, was er geen geld meer voor de toren. Die werd pas twintig jaar later gebouwd en viel naar gezegd wordt, behoorlijk in de smaak van tsaar Peter de Grote. Hij bracht in 1717 een bezoek aan Maastricht vanwege de –destijds- moderne vestingwerken waarin hij heel erg geïnteresseerd was.

Bijzonder is dat later -18e eeuw- in het Troitse-Sergiev klooster nabij Moskou de zogenaamde ‘Eendentoren’ verrees, die grote gelijkenis vertoont met de stadhuistoren.

Toeval? Of het betere jatwerk?
Op internet zwerft het volgende verhaal:
Tijdens zijn bezoek kreeg Peter de Grote een prentenboek aangeboden waarin veel prenten van het Stadhuis waren afgebeeld. De tsaar had echter weinig zin om het dikke boek mee te slepen op zijn terugreis en scheurde er twee prenten uit waarvan er één een prent was van de toren van het Stadhuis. Deze prent zou later als blauwdruk zijn gebruikt voor de zogenaamde ‘Eendentoren’.

Bovenstaande anekdote is onwaarschijnlijk en mag naar het land der fabels verwezen worden.
Zo zou een dergelijk prentenboek niet eens bestaan. Maar het is niet onmogelijk dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en het tsarenrijk elkaar beïnvloed hebben. Het klooster is weliswaar al in de 15e eeuw gebouwd, maar de ‘Eendentoren’ is een nakomertje. Hoe het precies zit, zal ik wel nooit te weten komen.

Mooswief, groentevrouw ofwel
marktvrouw in Maastricht (begin 1900)

Mooswief, de pop hangend op het Vrijthof. Nog in haar oude kleedje

Mooswief

Op de markt vind je het standbeeld ter ere van “het Mooswief”: de marktvrouw die eind 1800, weer en wind trotseerde en vanuit Wolder, Cadier en Keer of Sint Pieter met haar hondenkar vol verse groenten naar de stad trok om haar koopwaar aan de man te brengen. Uiteraard werden hiervoor geen Chihuahuas gebruikten, maar forse honden die na aankomst op de markt werden gemuilkorfd en toch nog zoveel kabaal wisten te maken dat de mensen in de buurt regelmatig klaagden.

De mooswiever droegen klompen, schorten en een mand vol groenten. Hun dikke rokken hingen tot op de grond en als ze moesten plassen, lieten ze de urine gewoon de vrije loop. Ik kan me dat best voorstellen. Want ja? Wat wil je? Een toilet was er niet en een mens moet toch urineren? De stank was blijkbaar niet te harden en uiteindelijk is er een ondergrondse openbaar toilet aangelegd aan de achterkant van het stadhuis. Verre van ideaal, want die werd zelden schoongemaakt. En de plek was bij uitstek geschikt voor duistere zaken.

Wat mij betreft hebben deze ferme Mooswiever – destijds een scheldwoord overigens- hun standbeeld, de laatste schepping van Charles Vos méér dan verdiend. Charles maakte er een ode van aan de marktvrouw van destijds.
Charles Vos was een fervent carnavalist die helaas 8 dagen vóór de onthulling van zijn beeld op 27 februari 1954 is overleden. De kunstenaar zou het gewaardeerd hebben dat dit op een guitige groentevrouw geïnspireerde beeld, momenteel gebruikt wordt als hét symbool van de Maastrichtse Carnavalsvreugde.

Op zijn ziekbed zou Charles hebben gezegd dat een Mooswief alleen ook niets is. Hij wilde er -als hij beter zou zijn- een Moosman bijmaken. Ik vind dat bijzonder omdat ik denk dat de Moosman destijds niet echt bestond? Die werkte in de fabriek vanwege de opkomst van de industrie. Zo rond 1830 ontstonden in de stad Maastricht bedrijven die onder meer glas en aardewerk produceerden. Veel boeren vonden dat er in die fabrieken meer te verdienen was dan in de landbouw. Dus lieten ze dat aan de vrouwen over.

Daarnaast wordt gefluisterd dat het Mooswief flirt met het standbeeld van Minckelers, waarmee ze rechtstreeks oogcontact kan maken op de markt in Maastricht. We zullen nooit echt weten hoe dát zit, ben ik bang. Dit soort zaken zullen ongetwijfeld niet worden vastgelegd in het stadsarchief.

Op de tekening hierboven, het Mooswief met op de achtergrond:
Pizzeria Napoli Maastricht waar mijn ouders, zus en ik altijd graag een pizza gingen eten. Daarnaast zie je Friture Reitz waar mensen bij mooi weer vaak in rijen staan om hun lekkere trek te bevredigen met ‘n frietsje zoervleis. Geserveerd in een grote puntzak en met huisgemaakte frieten. MC Donalds is inmiddels verhuisd omdat de ruimte te klein zou zijn.

Jan Pieter Minckelers, licht in de duisternis

Beeld van Minckeleers op de markt te Maastricht. Met Sint Matthijskerk en gietijzeren 5-pits gaslantaarn2021 was het jaar dat we erachter kwamen dat een avondklok -voor veel mensen- aanvoelt als een beperking van onze vrijheid. Maar de vroege Middeleeuwers wisten niet beter, omdat ze het zonder straatverlichting moesten doen en het aan professionele ordehandhaving vrijwel ontbrak. Het was veel veiliger om ’s avonds binnen te blijven en te leven met het ritme van het daglicht.

Van lijn- of koolzaad geslagen Koomt oli voort,
tot elks behaagen dat voedzel aan de lamp verstrekt
Die, in het duister, ‘t licht ontdekt.
Jan Luyken (1649-1712)
Vanaf de 14de eeuw kwam daar voorzichtig verandering in. Er kwamen weer meer lichtjes in het straatbeeld, zoals olielampjes op straathoeken of in de nissen van de vele kerkmuren. Gedurende de late Middeleeuwen ging men ook vaste lantaarns  aan huizen bevestigen. En later werden er ook vaste lantaarns op de leuningen van bruggen geplaatst.

De Sint Matthiaskerk is feitelijk bij elkaar gevloekt. Voor een belangrijk deel bekostigd uit de boetekas van het gilde der lakenwevers (zie info bovenaan) die boete moesten betalen als ze Gods naam belasterden. Bron: Mestreechtersteerke

Nieuwe lichtbron te Maastricht
Op 2 december 1748, zag Jan Pieter Minckelers het levenslicht in Maastricht. Zo’n 35 jaar later ontdekte hij het ‘steenkolengas’ dat brandbaar is en dus geschikt was als lichtbron. Hij gebruikte het om de ruimte te verlichten waarin hij les gaf. Desondanks duurde het nog 69 jaar voordat Maastricht werk maakte van deze nieuwe vorm van verlichting.

Er was veel weerstand tegen deze openbare verlichting omdat men dacht dat gelekt gas schadelijk was voor mensen, dieren en planten. Sommigen voorzagen zelfs het einde der tijden, veroorzaakt door een volledig waanzinnig geworden bevolking. Vanwege het aanleggen van pijpleidingen kreeg men ook voor het eerst te maken met de ergernissen van opengebroken straten.

De politie zag het allemaal wat positiever in en was van mening dat het heldere gaslicht de nachtelijke straten veiliger zou maken. De brave Maastrichtse burgers daarentegen, waren juist bang dat de verlichte straten minder ‘verlichte mensen’ zoals dronkenlappen en prostituees zouden aantrekken. Maar ondanks alle bezwaren won gasverlichting snel terrein, omdat het veel goedkoper was dan olielantaarns.  Waarmee het cliché weer eens wordt bevestigd: Nederlanders zijn zuinig. En niet alleen de Hollenders 🙂

gaslantaarns in de stad.

Deze gietijzeren 5-pits gaslantaarn werd in 1904 bij het beeld geplaatst. Op het Vrijthof staan sinds 1860 twee soortgelijke lantaarns. Dit zijn de eerste gaslantaarns in Maastricht.

(Tekening) Bronzen Standbeeld Minckelers – Bart van Hove 1904.

Nederlanders hebben lange tijd moeite gehad met het plaatsen van standbeelden in de openbare ruimte.  Pas halverwege de 19de eeuw  werden de helden van weleer geëerd met een standbeeld dat bijna altijd in de geboorteplaats kwam te staan. Zoals het beeld van Minckelers met de ‘eeuwige brandende vlam’  dat je op de Markt, tussen de Sint Matthijskerk (zie tekening) en het Stadhuis, kunt vinden.

Vlam voor één euro, soap van de ‘verdwenen fakkel’

In 2011 besloot energieleverancier Essent de sponsoring te stoppen en dat bleek uiteindelijk –tot grote ontsteltenis van menig Maastrichtenaar- het einde van de eeuwige vlam.
Om niet op te hoeven draaien voor de jaarlijkse kosten, ging de stad op zoek naar een nieuwe invulling. Zo kreeg Minckelers twee jaar later –onder luid protest- een vlam tegen betaling. De Waalse kunstenaar Alain Declercq (kunstenaarscollectief SPACE) plaatste een muntautomaat waarin bezoekers een euro konden droppen om de toorts even te laten branden. Toen de gemeente besloot te stoppen met die muntjes en de overeenkomst met SPACE beëindigde, haalde Declercq alles stiekem weg. Het collectief vond dat het te lang duurde voordat de gemeente een besluit nam over een nieuwe oplossing.

Dat verwijt lijkt mij niet geheel onterecht, want pas in juni 2020 is Minckelers in het trotse bezit van een nieuwe fakkel.   Dankzij een geprogrammeerde tijdklok zal zijn brandende toorts weer te bewonderen zijn op (onder meer) de feestdagen en ’s avonds in het weekend.

Sint Servaasbrug, oudste brug van Nederland

Sint Servaasbrug met uitzicht op de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek

De Sint Servaasbrug is een prachtige 13e-eeuwse stenen brug en is waarschijnlijk de oudste brug (aw brögk) van Nederland.
De brug werd gebouwd ter vervanging van de in 1275 ingestorte brug die -naar men aanneemt- een opvolger was van een Romeinse brug.  Meer richting zuiden vind je aan de Maastrichtse oever een pilaar met een beeldje als markering voor de ligging van deze oude brug. Wat is overgebleven zijn houten en stenen resten op de bodem van de Maas.

De naam Maastricht, afgeleid van het Latijnse Mosa Trajectum (oversteekplaats aan de Maas), verklaart het ontstaan van de stad. Pas in 1930 kreeg de laatste brug de naam Sint-Servaasbrug. Daarvoor was het gewoon ‘de (Maas)brug’.

De Servaasbrug is sinds haar bouwjaar in 1280 nog diverse keren door hoogwater beschadigd en moest vele malen verbouwd, gerenoveerd en herbouwd worden. In de Tweede Wereldoorlog werd de brug tweemaal opgeblazen maar ze kon gelukkig vrij eenvoudig worden hersteld.

 

V.a. 1920) De Maastrichtenaar wordt mobiel, noodzaak van de Wilhelminabrug

Dankzij het goedkope T-model van Ford kon de middenstand in de jaren twintig zich een auto permitteren. Dat bleek een aanloop naar andere tijden. Ook voor de Sint Servaasbrug die als enige verkeersbrug de alsmaar toenemende verkeersdrukte niet langer aankon. Dus werd in 1928 besloten om een nieuwe brug te bouwen; de Wilhelminabrug.
Hierdoor veranderde het aanzicht van de Markt drastisch. Twee straten en drie bouwblokken werden compleet weggevaagd en het gebied lag jarenlang braak.

Begin jaren 60 verrezen grote kantoorgebouwen, in functionele stijl, waaronder het stadskantoor van de gemeente Maastricht.
De Maastrichtenaren waren niet gecharmeerd van deze architectuur die zich kenmerkt door soberheid en weinig ornamenten…
En al woonde ik er vele jaren later, ik vond dit echt een foeilelijk stukje Maastricht.

Aan het eind van de twintigste eeuw werd gelukkig besloten om alles te slopen en mochten Jo Coenen en Bruno Albert hun plannen uitvoeren. Dankzij het nieuwbouwcomplex Mosae Forum ziet de Markt er in mijn ogen stukken beter uit. Daarnaast mogen automobilisten hun wagens niet meer parkeren op de Markt. Een hele vooruitgang, wat mij betreft. Tijdens een bezoek aan Maastricht parkeren wij de auto wel op de Beatrixhaven om via  de Wilhelminabrug zo het centrum in te lopen. Een koninklijker begin van een dagje Maastricht bestaat er niet!

Over Karen Nijst

Als webontwikkelaar (Kahlo Websites Hapert) zit ik veel achter de computer. Maar tijdens de vrije uurtjes teken en schrijf ik graag én zo vaak mogelijk. De laatste jaren steeds vaker op de IPAD Pro. Ik maak dan vaak gebruik van Iphone foto's, echter nooit met de bedoeling deze exact te kopiëren.
Ik vind het juist een uitdaging om te zoeken naar het beste kleurenpalet, compositie en uitsnedes. Ook combineer ik vaak verschillende taferelen. Daarnaast is het niet mijn voornaamste streven om mensen herkenbaar weer te geven (tenzij het een portret is natuurlijk). Ik wil gewoon een bepaalde sfeer zo goed mogelijk weergeven!

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Chat openen
Leuk dat je hier bent! Als je een vraag hebt, laat het weten!