Senegal: statige vrouwen, uitbundig gekleurde kleding, kralensieraden, marktjes, vis en Baobabboom

Begin 2016 reisden Bart en ik naar Senegal.
Ik maakte er dit tekenverslagje van.
Natuurlijk is er bijzonder veel te vertellen over dit prachtige land, maar ik heb me ‘beperkt tot de onderwerpen die op mij veel indruk hebben gemaakt,
zoals de prachtig geklede  vrouwen en de levendige markten.
Gebruikte techniek: potloodschets uitgewerkt op de Ipad- m.b.v. de airbrush- en pentool.

VrouwMARKT

Trotse kleurrijke vrouwen met weinig bewegingsvrijheid

Alhoewel de mannen echte ‘haantjes’ zijn, draait alles in de Senegalese samenleving om de vrouw. Zij zorgt voor het gezin en de sociale samenhang, en wordt meer en meer gezien als de motor van de vooruitgang.

Senegalese vrouwen zijn statig, mooi en trots. En aan de traditionele kleding, opvallende kapsels en lekkere geurtjes wordt veel tijd, aandacht en geld besteed. Maar de positie van de vrouw is niet rooskleurig. Weliswaar heeft de vrouw meer bewegingsvrijheid dan vrouwen in andere islamitische landen, toch wordt zij niet geacht zich zomaar buiten haar buurt te begeven.

Gehoorzaamheid en onderworpenheid aan de man zijn normaal. Ook kleine meisjes van zes jaar worden al snel ingeschakeld in het huishouden.

Desondanks lijkt er een grote mate van gelijkheid tussen mannen en vrouwen te zijn. Op markten en andere openbare gelegenheden is de omgang vaak vriendelijk, plagerig en soms uitdagend.

Er wordt in ieder geval veel gelachen.

Deze dame stond trots te poseren, bij het ‘Rose Meer’ (Lac Rose). Een meer dat helaas grauw gekleurd was toen wij er waren. Uiteraard hebben we iets gekocht, anders zijn deze mooie statige vrouwen echt niet bereid om op de foto te gaan.

Een van de leukste kanten van een exotische reis als deze, zijn de vele fleurige en drukke markten. Overal waar je komt zie je -vooral- vrouwen hun koopwaar aanprijzen. Er zijn groente-, fruit-, vlees- en vismarkten en markten voor kleding en stoffen, schoenen, huis-, tuin- en keukenartikelen, maar ook voor sieraden en kunstnijverheid.

Het is jammer dat de prachtig uitgedoste marktvrouwen niet op de foto willen. Vooral op de markt kun je beter stiekem foto’s maken, wil je geen ruzie of verwensingen (of fruit) naar je hoofd geslingerd krijgen.

Dame bij het Rosse Meer

Maar nu zonder rose meer. Ik heb er maar een andere achtergrond bij verzonnen. Vooral ook omdat die markten in Senegal zorgen voor veel kleurrijke taferelen.

Vlisco, niet écht Afrikaans

Bron: de Volkskrant

Tijdens mijn reis heb ik vaak gehoord dat de prachtige kledingstoffen uit Nederland komen. Maar dit is pas sinds 1998 het geval, toen het Helmondse Vlisco besloot zich uitsluitend op de Afrikaanse markt te richten.

Veel vrouwen laten van deze ‘Vlisco-stof’ een jurk, rok,  hoofddoek of draagdoek voor een baby maken. Mannen wikkelen de lap als geheel om of laten er een boubou, een soort djellaba, van maken. Een lap kost al gauw 60 euro en in Afrika is dat al snel een modaal maandsalaris.

Vreemd is dat geen enkele Afrikaan ooit iets heeft ontworpen voor Vlisco. In onze westerse ogen mogen de dessins dan ook typisch Afrikaans zijn, voor Afrikanen zijn ze exotisch. Vooral ’de welgestelde Afrikaanse mevrouw’, is Vlisco’s doelgroep. Dit is de reden waarom statussymbolen als dollarbiljetten, eurotekens, iPods, auto’s terug te vinden zijn in de dessins. Maar ook prozaïscher taferelen als schemerlampen, ventilators, gloeilampen, spiegels.

De namen die de stoffen soms krijgen zijn wel een puur Afrikaanse aangelegenheid. Die worden gegeven door de duizenden Afrikaanse vrouwen die de stoffen op de markt verhandelen, de zogeheten mammies. Zo is er een dessin met de naam ‘Si tu sors, je sors’ , ofwel een vogel die uit een kooitje wegvliegt. Vrouwen die vermoeden dat haar man vreemdgaat, dragen de stof om hem te laten weten dat ze hem doorhebben – en hem zullen verlaten als hij er niet mee stopt.

Marktje

Marktje ergens langs de route. Ik werk een tekening uit en ga er dan nog even met het digitale gummetje omheen.
Reageren?

Senegalese Vis

Dankzij de grote wereldvraag naar vis en visproducten heeft de Senegalese visserijsector de laatste jaren een snelle ontwikkeling doorgemaakt. De visgronden in de West-Afrikaanse kustwateren behoren tot de rijkste ter wereld.

Het beroep van visser is een echt familieberoep. De mannen gaan met hun houten boten vissen en de vrouwen verkopen de vis op de markt.

Op de tekening een vrouw die vis aan het schoonmaken is in de havenstad Mbour. Mbour ligt aan de westkust, 80 km van Dakar en is de tweede grootste vissershaven van Senegal.

Echt de moeite van een bezoekje waard!

Het strand is bezaaid met zeewaardige pirogues, en er heerst overal grote bedrijvigheid: reparatie van prauwen en netten, schoonmaken, zouten en drogen van vis, veel spelende kinderen en flirtende mannen en vrouwen.

Volgens onze gids ‘Papa’ is het strand ook dé ontmoetingsplaats voor trouwlustige jongens en meisjes.
jan 2016) Senegal

Nog even over de Baobab:
De Baobab-boom kan meer dan 1000 jaar oud worden en heeft vele dichters, verhalenvertellers, kunstenaars, schilders en fotografen geïnspireerd.

Ze zeggen dat in een ver verleden een vertoornde god de baobabs woedend uitrukte en ondersteboven terug smeet. De takken lijken op omgekeerde wortels, en de boom heeft weinig bladeren.
Ze zeggen ook dat de holle boom vroeger diende als graf voor de griots (vertellers) en in het reservaat ‘Bandia Reserve’ konden we de schedels zien liggen. De Griots bewerkten het land niet. Zij waren er alleen om te zingen en verhalen te vertellen en vandaar dat het een voorrecht van de boeren was om begraven te worden.

Maar de boom is er niet alleen ter inspiratie of laatste eindbestemming…bijna alles van de boom kan worden gebruikt:
van de wortel en bast wordt een brouwsel gemaakt tegen malaria en droge bladeren zijn blijkbaar erg lekker in de couscous.

Bart en ik kochten een zakje ‘Baobabkruiden’ op een lokale markt, dus ik ben benieuwd!