Sri Lanka. Tekenverslag.

LinkedinFacebookGoogleTwitter

Over de brutale huiskraai, de hongerige olifant, de karige roepies, nijverige theepluksters, rode tuktuk, pracht, praal en gezellige armoede…

Klik op de foto’s voor vergrotingen!

Op 21 december reisden Bart en ik naar Sri Lanka (ook bekend als het voormalige Ceylon), waar wij een groepsreis maakten om zoveel mogelijk te kunnen genieten van de cultuur en exotische natuur van dit ‘Gezegende Eiland’.  

De reis leidde door de zogenaamde ‘Culturele Driehoek’, een gebied vol Boeddhistische tempels, oude paleizen en archeologische bezienswaardigheden van meer dan 2500 jaar oud.

Zie plattegrondje!

Geen meeuw maar kraai
Over de protegatus

De eerste dag mochten we bijkomen in een hotel aan zee, in de periferie van Colombo. Geen spectaculair begin van de reis, maar na een nacht vliegen was een dutje bij het zwembad meer dan welkom. Wat me opviel was dat het er wemelde van de huiskraaien. Deze zg. protegatus is groter dan ons kauwtje, maar ook nog eens een stuk brutaler. Een reisgenoot vertelde dat dit te maken heeft het boeddhistische respect voor alles wat leeft:  

‘Alles wat je zaait zul je oogsten, is het niet nu dan wel in het volgende leven.’

Vissersechtpaar

Dus kunnen de kraaien veelal gewoon hun gang gaan.

Ik zie toch liever een brutale zeemeeuw. Het gekras van al die kraaien gaf ons hotelverblijf een luguber tintje. Pas na een paar dagen zou ik leren dat ik er maar beter aan kon wennen. Je vindt ze echt overal.

Desondanks begonnen we de dag erna uitgerust en welgemoed aan onze rondreis.**

** Die ik hier niet uitvoerig zal beschrijven.
Ik beperk me tot enkele ‘highlights’ waarmee ik dit prachtige eiland overigens zwaar tekort doe.
Wie meer wil weten over de rondreis, kan een kijkje nemen op de site van Kras Reizen waar wij deze mooie reis boekten.

Goedkoop plaatje …

De reis begon veelbelovend, met een bezoek aan een vismarkt in Negombo waar een lokale visser ons wegwijs maakte. Het strand ligt vol vissersbootjes en gedroogde vis, uitgestald op grote zwarte doeken. Hier en daar pikt een kraai een vis weg, en alleen het gepekelde vissenvlees werd vermeden. Barts oog viel op een ouder vissersechtpaar dat in ruil voor enkele roepies graag wilde poseren. Helaas voor hen, dachten we dat een vijftal roepies meer dan voldoende zou zijn. Pas later begrepen we waarom het stel (gelukkig)  in lachen uitbarstte. 5 roepies is ongeveer 3 cent 😯 .
We moesten gewoon nog even wennen aan die vreemde valuta.

‘not my cup of tea’

Op dag 10 reden we dieper het bergland in om kennis te maken met het meest bekende exportproduct: Ceylon thee. Kleurrijk uitgedoste theepluksters plukken in het gebied tussen Kandy en Nuwara Eliya dag in dag uit manden vol met blaadjes, zo’n 14 kilo per dag. Extra kilo’s betekent een bonus, dus reken maar dat er hard gewerkt wordt. Ik probeerde me voor te stellen hoe deze vrouwen, op de steile berghellingen –en vaak onder zware omstandigheden- elke dag hun zakken met theebladeren moeten vullen. Omdat het plukken een uitermate precies werkje is, bieden machines geen uitkomst. Dat proef je blijkbaar. Het werk moet dus verricht worden door de fijne handen van Tamil vrouwen.

 

Over berg en dal, pracht, praal en armoede

De busreis door het bergland is werkelijk adembenemend. Niet alleen vanwege de grote hoogtes, maar ook vanwege de ongekende schoonheid. Watervallen, dalen en theeplantages trekken aan je voorbij. Onderweg lunchten we in een restaurant dat een schitterend uitzicht bood op een prachtig dal. (Zie tekening).

Op de tekening heb ik ook een Sri Lankaanse dame afgebeeld die een Sari draagt.
Het ziet er bijzonder chique en feestelijk uit. Toch is het in het dagelijks leven heel gebruikelijk om een sari te dragen. Maar dan wel eentje van ‘gewoon’ katoen.  
Zo’n sari laat behoorlijk wat buik bloot en dat was voor ons westerlingen ietwat verwarrend. 
In tempels moeten bovenbenen en armen bedekt worden, maar een blote buik en rug is blijkbaar geen enkel probleem. 
Kwestie van cultuur. Uiteraard. Maar toch bijzonder om een keer bij stil te staan.

Er is meer dan alleen pracht en praal in Sri Lanka. Sri Lanka is een ontwikkelingsland en ongeveer één vijfde van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Ze wonen in een hutje, gemaakt van wat planken, of karton. Dankzij de redelijke sociale voorzieningen zijn er echter geen mensen die van de honger sterven. Persoonlijk vind ik de huisjes die ik onderweg gezien heb, ondanks hun schamelheid, er wel gezellig en schilderachtig uitzien.

Tekst gaat verder onder onderstaande afbeelding.

Uit de kluiten gewassen huisdieren

Een Nederlands landschap zonder koe is net zo ondenkbaar als Sri Lanka zonder de Indische of Aziatische olifant. Net als de koe, worden olifanten in Sri Lanka vaak  gedomesticeerd tot huisdieren.

Maar de verhouding met de wilde olifanten is minder liefdevol. Van de gids begreep ik dat vooral olifanten moeders graag een onaangekondigd bezoekje brengen aan de dorpen. Ze zijn dol op de gewassen die de boeren op hun landbouwgronden verbouwen en uiteraard willen ze dat de jonkies goed gevoed worden.
Dit leidt vaak tot conflicten waarbij mens of dier het onderspit moet delven.

Onlangs las ik dat wetenschappers hebben ontdekt dat olifanten doodsbang zijn voor honingbijen. Door op strategische plekken een bijenkorf te plaatsen, wordt gekeken of de olifant op afstand gehouden kan worden. Een bijzonder diervriendelijke oplossing, lijkt me.

Tekst gaat verder onder onderstaande afbeelding.

 

Kleine rode tuktuk in een chaotische wereld

Na een rondreis vinden Bart en ik het altijd plezierig om een beetje bij te komen en lekker uit te waaien op het strand. Het Koggala Beach Hotel voldeed prima aan al onze verwachtingen, ook al kon je -vanwege een sterke onderstroming- niet in zee zwemmen.

Echt verdrietig werden we daar niet van. Des te meer reden om nog een uitstapje te plannen. En omdat we ons nog niet in een tuktuk (uitspraak: toektoek) hadden laten vervoeren, besloten we een dagtochtje te maken met zo’n gemotoriseerde riksja.

Lang hoefden we niet te zoeken. Eén stapje buiten de poort van ons hotel zorgde er al voor dat we omringd werden door Tuktuk chauffeurs. (Uiteraard kozen we voor de snelste 🙂  )
Een kleine onderhandeling volgde en voor zo’n 3500 roepies (ca. €19,50) hadden wij zo’n 4 uur lang een leuke kleine rode tuktuk tot onze beschikking mét een goed van tongriem gesneden chauffeur.

Duits? Engels? Het was voor de man geen enkel probleem. En dus begrepen we elkaar uitstekend, ondanks het woorden melange dat we daar ter plekke verzonnen . 

Tijdens ons ‘Tuktuk’ tochtje bezochten we ook een lokale markt.

De uren vlogen voorbij. Ik vond het een van de leukste uitstapjes van onze reis.
Misschien ook wel omdat er onderweg zoveel gebeurt. Je verveelt je geen moment: al hobbelend en schommelend worden slapende honden en overstekende koeien ontweken. Links en rechts word je ingehaald door andere tuktuks en motors  en iedereen toetert dat het een lieve lust is. Heerlijke grote chaos dus.

Het enthousiasme van de chauffeur werkte aanstekelijk en hij liet ons dingen zien, waar we anders geen oog voor zouden hebben gehad. Ook een bezoek aan zijn kleine, maar heel gezellige, woning behoorde tot het uitstapje. Ik kreeg een gele kokosnoot ‘uit eigen tuin’ en die liet ik me goed smaken.

Jammer dat een klimmetje in een Nederlandse boom voornamelijk appels en peren oplevert. Zo’n kokosnootje op z’n tijd, is niet te versmaden 🙂

 

 

Aantal Reacties: 0

Wil je reageren? Of heb je een vraag? Laat het gerust weten d.m.v. het reactieformuliertje hieronder!
NB: Je reactie wordt niet direct geplaatst, ik wil uiteraard eerst zeker weten dat je het niet per ongeluk over viagra hebt ;-).
Maar ik check deze site regelmatig! Hoor graag van je :-)



Plaats een reactie! (s.v.p. maximaal 600 woorden)

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *


Mail mij als anderen ook een reactie plaatsen.